HEIJERMANS
(zij kust hem. De menigte wijkt angstig terug).
PIOEN (laat het mes vallen)
.... Jij ziet?
MARJOLEIN 'k Zie jou, zooals 'k de ouwe kamer zie,
'kZie Wolf — da's vreemd jij ben dezelfde nog! —
'k Zie Reus, die me als kind gedragen heeft —
Reus, is jouw vrouw van wie je zooveel hield....?
(hij knikt, bedwingt zich) Laat jij gerust je tranen gaan.... Ik heb Ze ook — en niet omdat ’k de jouwe zie!
Dag Jonas.... Dag Katrien.... Dag allemaal....
Je staat zoo met z’n allen afgewend.... Je zegt geen woord.... Jekijktmezelfsniet
aan....
Ben ik soms gek?.... Is het een waanzindroom,
Dat 'k zie — dat daar de kan met bloemen staat,
Dat hier een mes ligt op den grond?.. Je zwijgt..? Lukas, jij ben de eenige, dien 'k vertrouw:
Ben ik het zelf?.... Is dat mijn hand?.... Is dat God’s wonder wonderlicht.... Jij zegt ook niets....?
(barst in snikken los) O, lieve Heer, neem me mijn droom niet af —
'k Ben in 't donker zoo gevloekt geweest....
(valt geknield)
ADAM j
Dat is een Godsoordeel!
KLOOSTERBROEDER
.... Een wonder is
Gebeurd. Een blinde staat als zienaar op----
LUKAS (haar opheffend).
Blijf zoo niet zitten, Marjolein. Je ben —
En heb ook mij verlost.. Hoort toe!.. Ik biecht..
Ik lieg geen enkel woord: als ik nü loog,
Na *t aller-heiligste, dat hier geschiedt,
Zou ik mezelf verdoemen eindeloos!
Ik zweer in trots — *k heb schuld — en heb geen schuld. Ik heb géén schuld, omdat ’k iets schoons bedacht,
En in dat schoone nóg geloof — ik biecht....
'k Heb schuld, omdat ik in mijn hunkering
127