DAGERAAD
VIERDE TOONEEL
KLOOSTERBROEDER ADAM RAKET LUKAS
LUKAS (verwilderd van voorkomen, een bundel berg-bloemen in de hand. Hij spreekt met glimlach) *k Heb zulk een vuurwerk nooit gezien en nooit Geweten van een purperen zonnebrand,
Waarbij de hemelzon lijkt kinderspel....
Dag grootva, dag Raket, dag kloosterbroer----
Als niemand drinkt, plaats ik de bloemen hier____
(zet ze in de drinkkan) ADAM (na een stilte van onrust)
Kom jij van uit het dal?
LUKAS
Dat weet ik niet....
ADAM Dat weet jij niet?
LUKAS
Ik was.... Het kon wel zijn.... Nee toch.. Laat zien!.. Waar ben 'k al niét geweest?,. Ik zat als ruiter op mijn eigen waan —
(tot Adam)
Heb jij dat niet gezeid? — nee, 'k zat te peerd,
(slaat de beenen om een stoel) En reed in dolle vaart, zooals ik hier Nou rijd op den Trakhener hengst....
(Raket, die eerst verwonderd geluisterd heeft, lacht)
ADAM (ongerust)
... .Lach niet!
LUKAS
Lach wel! Lach wel, Raket! Zoo n kostelijk Geval, zoon avontuur, zoo'n wonderreis,
Beleeft een mensch geen tweeden keer.... Hup peerd! Ja, zóó heb ik gezeten op den kam —
Daarboven op den steilen doodskopberg —
De eene afgrond hier, de andre daar —
’k Geloof den heelen nacht.... Ik zat gebukt —
Nee sterker nog — en dreef mijn sporen in De flanken van het hollend dier.... Het schuim Hing aan zijn mond.... Uit ieder neusgat spoot
112