Jus. (een ganzeveer overreikend) Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?
Regent (indoopend) Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt” — ja, ja! — „vertelt” — ja, ja! - en zulk een teeder nekvel heeft — gaat op dieët!... Ho, ho!... Dat is een vonnis met’n monsterpen, hahaha!... ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha! (tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect) Rust zacht en met ’n R. I. P.! (teekent de stukken)... Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors... Die vrouw is vrij!
Regina. Goddank!
Regent (tot Droomelot) En jij — heb jij ’n keus — bij hem, bij haar?
Droomelot. Blijft vader hier?
Regent. Ja, ja, — en kosteloos!
Droomelot- Dan blijf ik bij mijn vader,
Sero. Dat kan niet, Droomelot!
Regent. O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat — de Staat — heeft ruimte voor z’n kinderen!
Regina. Mag ik ’r niet...
174