Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



groen der boomen, maar vooral van zijn mat-lijdend gezicht, glejen langs’r wangen. O, als ze ’t licht behielden, de dier-oogen, voor hèm — hèm....

— De opening van ’t hek, zuster....

— Dank je, Johan....

Dien Zondag loog hij dat-ie zag — loog zij dat ze blind was — en dien dag hielden ze van mekaar zoo superbe, zoo innig, of liegen ’n gebenedijde Daad was.

Dien dag — dien dag van zomerweelde, bij ’t aanbiddelijk roepen der vogels en ’t spelend kindergeraas — dien goddelijken uit-zonderingsdag — zat hij als geduldig verpleger in z’n voor altijd gepantserd donker, haar stem als ’t eenig ding dat-ie ontleden kon, dat-ie waarnam, dat-ie in z’n verbeelding tot gestalten-van-glimlach en visies-van-werkelijkheid vervormde, met innigste opgewektheid beluisterend — zat hij z’n opengebloeide ziel te bestaren, te ado-reeren.

Want dat was ’t wonder, ’t nog nooit gebeurde, ’t geheim, de vreemde mysterie die Gód ’r openbaarde: ze had niet alleen ’r oogen terug — ze zag niet alleen z’n gelaat, z’n lichaam, z’n gebaren — ze zag elk

226

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.