Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



man met de voor alle eeuwigheid dóóde oogen — ’t mensche-oog, ’t oog van de ree. Sluiten durfde-ie, wilde-ie ze niet.

Dat was bij dién man niet noodig.

De papegaai zong, schorde, gilde, liet zich aan z’n ketting zakken, trok zich op aan z’n snavel — ’t aapje in de schroeven op de tafel klaagde zwakjes — de slingeraap, hoog naar ’t plafond geklommen, speelde schreeuwend met de gewichten van de kroon — de kakatoes in de gang riepen: „Goeie mórrrge!”.... „Mórrrge!”—de katten, buiten, bevreemd in die zon sinds maanden, miauwden, krijschten — de elec-trische machine snorde met blauw-knersen-de vonkjes — de zon, gul en glanzend, bestraalde de groenbeslagen potten bij ’t raam, waar ook ’n konijntje met glanzende radium-oogjes de buitenwereld bekeek en waar de plant die tot de insectivoren behoorde, ’n goud-bronzen vlinder tusschen ’r blaadjes gekneld hield.

Dat was de zomer die de sterfkamer binnendrong — maar de Prof die ’t niet geduld zou hebben, zag ’r niets van — en Joep, met den gekromden orang oetan, die zich gewroken had, bij z’n voeten, lette ’r evenmin op.

196

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.