Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



kwaadaardige tanden schoten uit den bek, of-ie de twee op den grasband grijnzend begrinnikte.

Met ’n zet stoof de chauffeur terug. Den hamer had-ie van schrik laten vallen.

— Je hoeft niet weg te loopen, zei Joep, zelf trillend: dat is ’n orang oetan....

— Nee, meneer!

— Ja, meneer — ’k heb ’m hier mèèr gezien, hernam Joep, ’n weinig kalmer. Zonder dat ’t ’m uitgelegd was, begreep-ie dat ’t reuzedier, dat door de oogen van ’n geit had leeren kijken, z’n meester in ’n aanval van woede vermoord had.

Want ’n woesten sprong van ’t venster nemend, sloeg ’t nog eens de gespierde, behaarde, lange vingers om de keel van den zich niet verwerenden Prof, rukte ’t lichaam naar de zij van de deur.

Toen, zoo schreeuwend dat de ruiten bewogen, en triestig-koddig met de armen zwaaiend, klauterde-ie op den stoel van den Prof voor de vivisectie-tafel, boog zich over ’t vastgeschroefd, zwak-hijgend lichaam van ’n jong aapje, en den gestorven geleerde in z’n zoo dikwijls geziene gebaren nabootsend, spleet-ie met de zwarte vingertoppen de oogleden van ’t diertje,

190

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.