Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



pen....”, glimlachte-ie ’t kamer-donker toe — en terug in de gang, riep-ie enkel nog door den kier: „....Tot morgenochtend vróég — ik aanbid je....”

Maar zien deed-ie ’r eerst weer den volgenden avond — en met ’n zoo lugubere herinnering aan wat-ie doorstaan had, dat-ie bang was ’r te ontmoeten....

Netje werd om acht uur begraven.

Al de gordijnen van ’t slot waren neergelaten — Joep, door Johan gewekt, liep naast den huisbewaarder en ’n paar bloedverwanten. En de twee jongens die-ie aan tafel, als reuzen, gekend had, stapten achter hen aan.

Ze droegen allen hooge hoeden, geleende hoeden, te groot en te log, hoeden waaronder ze sip en over-ernstig keken, hoeden die door de andere schuw-meedribbelende kinders nieuwsgieriger begaapt werden dan ’t onder bloemen bedolven, niet zichtbaar Lilliputter-doosje met de kleine Net.

’r Om lachen, om dien ernst, dat deftig-heidsvertoon dat ze vooral ter eere van m e n e e r die ’t meemaakte, volbrachten — ’r bedaard inwendig mee spotten, als-ie ’t

181

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.