Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



Bij ’t onvaste licht van de kaarsen, bungelde ’t even slapjes, of’tdatgeraas nóu niet wou, en omdat dat de vrouw verschrikte, stompte ze bij ’t bed op den grond, door ’r gesnik heen Joep om vergiffenis vragend voor ’r gekal....: Je mot niet na me luisteren, meneer — ik weet zelf niet wat ’k ’r uitflap, meneer.... ik ben zoo gek van verdriet, meneer.... ik krijg d’r nooit meer werom....!

In z’n eigen kamer, ’t hoofd in de handen, vlak bij ’t lamplicht met z’n gestoei van vlinders en kevers, gelijk dien avond in de societeit — in de eigen kamer, waar-ie zoo kort gelejen, mateloos-rampzalig en bevreesd voor ’t dooden-donker, gewaakt had, zat-ie met de verwijten der krijschen-de vrouwenstem in de ooren.... Geweten had-ie dat niet.... Voor ’t allereerst was ’t ’m toegeschreeuwd.... Maar ’n zelfzuchtig béést was-ie altijd geweest....

Dat had-ie den heelen dag bij Loek’s bo-venmenschelijken glimlach, bij ’r rust, ’r luisteren bij ’t lezen van ’t kapittel uit Jt Nieuwe Testament gevoeld.... „Jij heb an jezelf meer as genoeg — meer as genoeg...!” „Daar kon-ie zich niet tegen verdedigen.... Nu, op ditzelfde moment had-ie de laf

178

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.