Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



’r man ’r niet was om ’r in te toornen.

— Alles is voor mijn rekening, trachtte hij te troosten: ik ben ’r veel verschuldigd, juffrouw....

— Nee — we betalen zélf, zei ze opstaand en onrustig heen en weer loopend, van ’t kistje naar de wapperende kaarsen: we hebben daar niemand voor noodig....

— Als ’k je stoor.... zei Joep, verwonderd om dien bitsen, wrokkigen toon.

— Ja, dat doe je, praatte ze in niet meer te stuiten verbittering — al zette-ie ze morgen op straat: ’r uit móst ’t — móst ’t — ’t woelde ’r hersens door — ze most ’r stem bij ’t starre lichaampje hóóren, hóóren! —: je het ’r niet mee noodig — met ons kind.... ’t Mócht toen niet geboren worden.... Je wou geen kinderen meer, wat?.... Heb ’k ’t niet as ’n stuk gestolen goed, toen je niet meer zien kon, ’t huis motten insleepen?.... Wat gaat jou ’t kind an, nou ’t ’r niet meer is.... nou we niet meer bang hoeven te zijn dat ’t hardop lachen, hardop zingen, hardop huilen zal.... Jij heb an jèzèlf meer as genoeg — meer as genoeg!.... Jij.... Jij— Dicht bij ’m, bevend, met glazige oogen, zou ze ’m uitgescholden hebben, als Joep ’t doode handje niet had laten glippen.

177

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.