zelve.... En de het ander viel op de goede aarde, ende opgewassen zijnde bracht het honderdvoudig vrucht voort. Dit zeggende riep hij: Wie ooren heeft om te hooren die hoore....
In de stilte der kamer, getroffen door den ernst van ’r aandacht, door den vochtigen glans van 5r troebele oogen, die niet van z’n lippen af waren — of ze ’m zag — in de bezonken rust van den avond bij ’t geopend venster, en de herinnering aan ’t lijkje boven, las-ie langzaam ernstiger, tot ze zelf waarschuwde dat 5t kapittel uit was.
— Dank je, zei ze, ’r hand terugtrekkend: en nu breng je me naar m’n kamer.... ’k heb ’t jou ook zoo dikwijls gedaan.... Na ’n paar keer onthou 5k ’t wel.... Nee, wees niet bang: lastig zal ’k ’t je niet maken.... Nu je weer héélemaal ziet, mag dat zien niet door ’n ander bedorven worden....
— Ik breng je naar je kamer, zei-ie met ’n zoo innige opwelling van teederheid voor dat jonge, fijne, glimlachende gezicht, dat-ie ’r voor de tweede maal dien dag in de armen móést sluiten: als je me één kus terug geeft.... Dat heb je vanmiddag geweigerd....
172