ignobel om met oogen te spotten! Warm-geloopen in ’r drift — in ’t bijzijn van dat onuitstaanbaar schepseltje met ’r interessant-lijdend — och, och, ’t 1 ij d e n van die zusters in zwarte kostuumpjes! — met ’r kregelig-makend lijdend gezicht, geaffronteerd te worden — dat liet ze niet passeeren — verwoed was ze de serre bijna uit, toen Joep ’r terughield.
— Ik verzoek je beleefd me te gelóóven — ik geef je mijn eerewoord, Georgette, zei-ie dreigend van toon: zuster Loek ziet niets meer.
’t Had geen vat. In ’r ijdelheid gekwetst — als vrouw vóélend dat ze den aanbidder van jaren, dien ze vroeger om ’n vinger wond, kwijt was, keerde Georgette zich nog een keer om.
— Uitstekend.... Ik vind ’t vrééselijk.... ’n Blinde vrouw is juist wat jij noodig heb.... Toen je nog zag, heb ik genoeg van jou door de vingers moeten zien.... De blindheid valt hier uit de lucht.... Ik hou ’r niet van dupe te zijn.... Adieu!.... Dacht wel zoo iets, toen je den laatsten keer bij ons was.... Zend je vandaag je billets-doux terug.... Adieu!”
De serredeur rinkelde achter ’r dicht — ’r
168