’k geen gebruik van maken — dat is tè vriendelijk van je....
— Daar hoef je geen onhoffelijkheid achter te zoeken, excuseerde zich Joep: de zaak is dat de zuster momenteel....
— ....Ook blind is.... vulde Loek aan, voor ’t eerst naar de zij der ruischende rokken meepratend.
Er was een korte, bezwaarlijke stilte.
Toen, met moeite, lief-vijandig, zei Georgette:
— Wel, dat is vreemd.... Wist niet dat ’t besmettelijk was....
— Meer dan besmettelijk, viel Joep uit: zóó besmettelijk, dat ’k je aanraden moet niet meer hier te komen....
— Merci.... Dat is ’n raad dien je geen tweeden keer zal geven, zei Georgette, ’r handschoenen knoopend — en ’r bleek gezichtje zei meer dan ’r woorden: ...jij handelt als ’n gentleman tegenover me.... Ook den laatsten keer was je zoo uitgezocht-gentlemanlike.... Ik had niet ’t flauwst vermoeden, dat ik je in ’n t ê t e-à-t ê t e stoorde.... Excuse me!.... En ’k feliciteer je wel met je blinde liaison.... Dat kan tusschen jullie ’n gezellig huwelijk geven.... Dag zuster.... U is aan te bevelen.... Foei, foei, hoe
167