rommel stuk-gerammeid.
Zoo, als twee menschen die elkaar gevonden hadden, zouen ze dien dag saam zijn gebleven, als Georgette niet op bezoek was gekomen.
Kort na ’t onweer, de serre met parfum vullend, hem haast niet aan ’t woord latend, rumoerde ze tusschen de zich verwerende palmblaren door.
Dat z’n oogen weer „zooveel beter waren” vond ze zalig — ze had door z’n bruusk optreden — den laatsten keer — ’n ellendig tijdje doorgebracht — en nu goddank, goddank, was-ie ’n ander mensch — dat zag ze an z’n gezicht — dat had ze gezien zóó toen ze binnenkwam — dat zou mama ’n enorm, ’n onbeschrijfelijk plezier doen
— en of-ie nu ’n eindje met ’r in de brik meeree — ze had net voor de bui kunnen stallen — geen spetje letterlijk opgeloopen
— en de m a r r o n s glacés, die ze speciaal voor hem mee had gebracht, moest-ie onmiddellijk proeven — déli-délicieus — zoo door Charley uit Italië gesmokkeld, hahaha! — Als de zuster ook ’ns wou snoepen....
Dat ratelde ze beminnelijk, prettig-lachend frisch van den rit — toch met spijtigheid
165