lachen — de snakerij, de clownerie, de mauvaise p 1 a i s a n t e r i e !
— Professor, professor, lachte-ie: ’k was ’r haast in gevlogen....
— Was je dat haast? vroeg de ander grimmig: zoo — dat had me voor je gespeten_____
Uit z’n humeur opende-ie de auto-deur, en Loek ’n hand toestekend, zei-ie met ’n on-gewoon-menschelijke stem: ....Daar komt m’n hand, zuster.... Als jij me ooit noodig heb, al is ’t midden in den nacht, sta 5k voor je klaar — onthou dat!.... Jij bent de éérste vrouw, die ’k in mijn beetje leven ontmoet heb....
Zich aarzelend omdraaiend om de toegestoken hand te drukken, antwoordde ze zacht:
— Dank u — dat is hartelijk van u.
— Tot ziens, professor, praatte Joep, vergenoegd instappend.
— Dat weet ik nog niet, gromde de geleerde, weer heelemaal in z’n klassieken nijdi-gen toon.
— Wéét u dat niet?
— Nee vriend — jij heb je gepermitteerd aan mijn verzekering te twijfelen — jij geloofde niet dat deze voortreffelijke dame
158