Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



— Heel aardig! lachte Joep, uit z’n alles vervloekende stemming weggerukt — in ’t geschemer der studeerkamer, waar ieder ding kleurloos leek, maar innig van montere werkelijkheid tot ’m kwam, was-ie ’t gruwelijke van den nacht, de foltering der lange, zware uren, z’n haat en opstanding, als ’n plots doorstane ziekte kwijt....: heel aardig, professor — laat ’t van ’n mensch of van ’n dier zijn — van ’n ezel of van ’n voorwereldlijk schepsel! — jij ben ’n genie

— en ik zie zoo zonder stoornis, zoo magnifiek, dat ’k je om je hals zou kunnen vliegen!.... Als je ’n vrouw was, déé ik ’t....! De lust van ’t weer in ’t daglicht leven, maakte ’m dronken — de handen van den geleerde schudde-ie, of-ie ze uit de gewrichten zou trekken.

— Meneer, zei de Prof, zoo kalm of-ie over ’t weer praatte:.... ik hou je niét voor de gek.

— Ja — ja — hij is goed!

— ’r Was iemand hier, die zich voor je interesseerde — die meelij met je getob en geklaag had, die aanbood, bij wijze van proef....

— Die wat — die wat? viel Joep hem in de rede.

i53

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.