kelijk— En de geraamten, die op ’n paar-degeraamte zaten of met ’n honde-geraam-tetje kuierden, waren kostelijk, kostelijk, meneer!.... Dat zou jóu nóg angstiger gemaakt hebben dan je gestorven portiers-kindje, hè? — ik vond ’t ’n voortreffelijk uitstapje, ’n paar uur philosophie en act ion, meneer, ’n kiek van de zoogenaamde eeuwigheid....
— En u heeft ’r maar zóó kort van geprofiteerd, merkte Joep op — als-ie van ’s mans magische kunst zelf geen proefjes genoten had, zou-ie’m op dat moment voor ’n luguberen grappenmaker of ’n krankzinnige hebben versleten.
— Dat hing niet van mezelf af, amice, besloot de Prof z’n souvenirs: ,,’k had m’n uitstap in dat onvermoede, over-cu-rieuze land, dat mogelijk door bestaande dier-variaties inderdaad dagelijks zóó waargenomen wordt, waarlijk nog voortgezet, als ’k me niet onmogelijk voor de samenleving van vleesch en bloed had gemaakt! Om de seconde bonkte ’k tegen iemand, wiens proporties ’k door de bescheidenheid van z’n botjes niettaxeeren kon, op. De grootste en resoluutste bierbuiken verwaarloosde ’k. Toen, bij ’t uitgaan van ’n
150