Die kon 5t voorloopig met ’n paar fiksche, deugdelijke honde-oogen stellen....
— Klaar, sprak de Prof als ’n kappersbediende zoo hoffelijk, en Joep ’n glas frisch water overreikend, om ’m op streek te helpen, reciteerde-ie vergenoegd ’n paar Me-phistophele’sche brokken, die ’m nog in de „keel van z’n geheugen”, gelijk-ie grinne-kend beweerde, waren blijven steken.
Met den beschermenden bril voor de oogen, zat Joep, zonder ’n woord te praten.
— Dus ’t was je voornemen ’t zonder me te stellen? vroeg de zonderling.
— Ja, zei Joep: als ’k nog langer door die hitte-oogen gekeken had, zou ’k gek zijn geworden.
— Vriend, lachte de ander: de wetenschap heeft elke kwart eeuw andere grenzen.... „Ein jeder lernt nur, was er lernen kann; doch der den Augenblick ergreift, das ist der rechte Mann”.... ’n Paard ziet waarschijnlijk geenszins ongewoner dan wij.... Ik kon je wel óógen inzetten — geen daarbij behoorende paardehèrsenen.... Heb ’k ooit beweerd dat ik ’t in m’n macht had je n o r m a a 1 te laten zien door diere-oogen?.... En vond je zelf ’t halve ei niet
147