Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



ZESDE KAPITTEL

LOEK’S GESCHENK

Maar toen ze ’m even later bij ’t instappen hielp — en in de auto over ’m zat, zocht-ie terwijl de boomen van den landweg voorbijschoven ’r hand, en, zonder wilsbedwang na de ellendige spanning van den nacht, begon-ie te snikken, zonder zich voor ’r te geneeren, en zonder dat-ie last van ’r op-beurinkjes had.

Achterover leunend, sliep-ie met wijd-open oogen in, zoo stevig en heerlijk, dat-ie van de onder-wegsche tollen niets merkte, zelfs door ’t geblaf en geraas bij den Prof niet wakker werd.

De auto stond midden in ’t groen van den voortuin stil.

De papegaaien van den kwakzalver, die in ’t malsche zonnetje in de groote kooien krakeelden, lieten zich aan de nijptang-bekken langs de tralies glijden, schreeuwden, scholden, lachten— Joep sliep, ’t Daglicht hinderde z’n doode oogen niet — de visioenen van ’t ontzaglijke waren ver-waasd, öök gestorven.

— Den heelen nacht is-ie opgebleven, lei

138

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.