Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



seling, ’r heerlijke vrijheid, op.

En toen ze weg waren, toen-ie gaaf navoelde, hoe-ie ’t meisje, dat-ie eens verafgood had, bijna begon te haten en z’n hulpeloosheid ’m als ’n onduldbare last woog, zou-ie in z’n drift tegen al wat ’m omringde, redeloos te keer zijn gegaan, als de huisbewaarder ’m niet was komen vragen of-ie om ’n dokter mocht telefoneeren.

— Nee, zei-ie bot, nijdig om de stoornis, waar-ie zoo had gezegd door niemand te willen lastig gevallen worden.

— ’t Is zoo vèr naar de stad te loopen, klaagde de man angstig: en ze is ineens zoo raar beginnen te doen....

— Wie?, vroeg Joep, stug.

— ’t Meissie, zei de man: ’k zou ’t niet geprobeerd hebben hier aan te kloppen, as u zelf niet....

— Vooruit!, gromde-ie zwakker.

En de in den toestel gejaagd-pratende stem, schokte ’m wakker.

Aan den arm van den man, nog altijd zwijgend, liep-ie de treden naar ’t sousterrain af, en in de alkoof, bij ’t bed met de heete kinderhand,vergat-ie z’n vijandelijk getob.

— Scheelt ’r wat aan, Netje?, vroeg-ie zich over ’r buigend.

128

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.