van schoonheid, aandoenlijke, kuische schoonheid, in ’r bed te hebben zien kraaien, de smalle traptreden opstrompelde. Bijna was-ie gestruikeld.
De kat van den huisbewaarder, beest als ’n kanjerachtige tijger zoo gespierd, vluchtte tusschen z’n beenen door met ’n uit de schaal gegapte kluif.