Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



— Hoe heb ik ’t met jullie? vroeg-ie met ’n geluid dat niet bij hem scheen te behoo-ren: durft niemand ’n mond open te doen? Nog zwegen ze.

— Wie is de oudste? hield-ie vriendelijk aan.

— Ik, zei de rakker van den koetsier — en tegelijk keek-ie z’n speelmaats verlegenlachend aan: ikke....

— Zoo — en hoe heet je?

— Jan....

— Enkel Jan?

— Jan van Ommen — zooas me vader,

hè?....

Dat laatste, met minder schroom beweerd, dee de achterste meisjes — lieve hemel: die blonde, breede gezonde vróuwen! — met niet in te houden falset-proestlachjes gie-gelen.

— Ik wed — Jan van Ommen, zei Joep, den kindertoon pakkend: ik wed dat jij niet in den grooten appelboom in den moestuin durft klauteren, om appelen af te schudden....

— Nee — dat durf ’k niet, praatte de pracht-man dadelijk: we maggen niet in den moestuin....

— Voor wie niet?

104

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.