NASCHRIFT.
Gre’s Dagboek eindigt hiermede. Er lag nog een * losse brief in, dien ze — blijkens den datum — den-zelfden Vrijdag ontvangen moet hebben, den brief van Lies Joosten, waarover Eduard sprak.
Dat schrijven schijnt haar zoo te hebben getroffen, dat ze, eerst na maanden van ’n ernstig ziekbed hersteld, ’t Dagboek voor cynische dingen misbruikte.
De brief is woordelijk deze:
Bussum, Maart. ..
Beste Gre,
Je zult natuurlijk verbaasd opkijken, een brief van mij — ik kan niet zeggen van óns, omdat Luuk sinds een week op reis is — te ontvangen. In geen vijf, zes maanden heb ik teeken van leven gegeven, noch je bedankt voor je charmante attentie van destijds, om ananas en druiven te zenden. Uit het oog, uit het hart, zul je zeggen! Mooglijk heb je met Eduard verbazend veel kwaad van ons gesproken — de eenige excuses