Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



Dinsdag.

Denk ’k aan Joosten?

’k Weet ’t niet.

Soms ben ’k ’m kwijt, moet ’k me geweld aandoen z’n gezicht héélemaal voor me te zien. Z’n baard weet ’k altijd en den stand van z’n jukken.

’r Valt niet over te schrijven...

Van ’t zwoele uur van den eenen dag — in de eene week — lijkt ’n dorre, troostelooze golving naar ’n onmetelijke leegte te dalen, alsof alles je vingers ontglipt — en onduldbaar-heftig, onduldbaar-pijnigend, onduldbaar-van-melancholie, her-golft ’t ’n ander uur — van ’n ónderen dag — van ’n andere week in je op.

In m’n verlovings tijd heb ’k dat niet gekend.

Als ’k m’n hoofd in m’n handen druk, met wilskracht de herinneringen van lang-geleden jaren, de jaren dat ’k me verliefd gelóófde, tracht terug te vinden, wil ’t niet uit m’n gevoel, niet uit m’n gedachten, dat jónge menschen niet weten, niet weten kunnen, niet in staat zijn te benaderen — wat liefde is.

Eerst de verzadigden-van-leven, de in rijpheid volgroeiden, de klaar-wakker gewordenen, de uit hun zinnelijkheid bezonkenen, schijnen voor ’t waarlijke ontvankelijk.

Jonge menschen zien den knóp, geen bloem.

Nee, in mijn jeugd heb ’k dat niet gekend.

In mijn jeugd heb ’k dat niet kunnen kennen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.