114
lukt — dood — of nog... (Wijst met den vinger om-laag).
Anne. Als ’k dat maar wist... ’k Heb de barak nog vannacht — afgezocht — en onder wel dertig lakens — gekeken ...
Stein (opstuivend). In de barak! In de — lyken-barak? Wat had u daar noodig? Wie heeft u daar toegelaten? Wat had u daar te zoeken? Zjn al de vrouwen Zaterdagnacht, toen ze met geweld ft emplacement binnen wouen dringen, niet met geweld geweerd? Met welk recht sluipt ü dan daar rond!
Anne (toonloos). .. . Om te zoeken.
Stein (driftig), Ik verzeker u, juffrouw Menzei, dat heeft u niet alleen voor ’t laatst gedaan, maar degeen, die de wacht had, gaat ’r onvoorwaardelyk uit! Als ik, als waarnemend directeur, zulke stipte bevelen geef — in jullie belang! — in ’t intresse van iedereen! — om niemand by — bij die verminkte, verkoolde, afzich-telyke lichamen . . . (Loopt verwoed op en neer) Wat duivel! Wat weerlicht! Vervloekt!... (Houdt zich in, staat grommend stil, terwijl zij onbewogen voor zich uit staart, weet met zn houding geen raad, begint ver* ontschuldigingen te stamelen). Na! Na!... Als ’k daar wat — als ’k wat bruusk was... als ’k... Wat, wat, wat-duivel, is ’t met kwaje bedoeling, is ’t niet je bestwil ?... Ben k zelf van af Zaterdagavond, ben ’k in acht-en-zeventig uur uit de kleeren geweest? Ben }k niet vanmorgen omda’k geen poot meer kon verzetten!, zóo als ’k hier voor je sta, op de bank in de waschkeet gaan leggen ... ? ’k Duizel op m’n beenen... ’k Heb geen hersens meer ... (Glimlachend). Geen hersens en geen gevoel... Wat duivel, juffrouw — (Luider) juffrouw! — zit r niet zoo kapot by ! (Aarzelend), ’k Bèn daar ’n bruut geweest, maar by zoo’n donderslag, zoo’n berg van ellende, mot je wel, niewaar... (Pogend te schertsen). M’n handen, nee, ’k mag wel m’n boddie zeggen, hebben in driemaal vier-en-twintig uur geen zeep geroken — 'k heb gesloofd en gezwoegd zonder adem te happen en zonder me 'n brok te gunnen — en