169
Ida. Wou u, Uw Hoogheid, dat ’t binnen ’n paar maanden, armen, beenen, afgeslagen hoofden, lijken en bloed regende? Regende?...
Ossip.... De Vréde, pa....
Ida.... Kunst en beschaving, Uw Hoogheid, moeten hooger heffen.... Toe zeg u ja — hiér kunnen we niet knielen.. . .
Vorst. Ik zeg nee, nee en nóg eens nee!
Ossip.... Vaarwel dan, pa.. ..
Vorst.... Vaarwel! ...
Ossip.... Hier scheiden zich onze wegen — we staan voor een tragischen kruissprong, pa — u de réactionnaire grond — wTij de verlichte hoogere sfeeren, pa.. . .
Vorst.... Dus je gehoorzaamt niet meer!
Ossip.... Gij zult — dat weet u wel! — uw
ouders verlaten, om de keus van uw hart te volgen____
En ik volg haar, al stijgt ze acht, negen kilometer.. .. Vaarwel pa — ik ga mijn machine aangespen, pa.... Als er na ons vertrek aanslagen beraamd worden, pa, wasschen wij onze handen daar boven in onschuld. ...
Ida.... Mijn schoonvader zou ieder hoogvlieger vanzelf respeeteeren.