170
Ossip.... Pa, u is schaakmat. Geen raadsheer, geen paard, geen kasteel, heeft u meer. . . .
Vorst.... Ik zou de risée, de spotvogel van Europa worden. . ..
I d a. Wij lachen ’t laatst, Uw Hoogheid. En als Europa lacht, zal ’t de lach van ’n boer met kiespijn zijn. ...
Vorst. Néé! Mijn vader zal zich in zijn graf omdraaien... .
Ossip. Lieve hemel, pa — ’n man die zich heeft laten verbranden ! In ;je urn draai je toch niet!
Vorst (heftig). Nee! Zoo’n ontworteling van mijn stamboom! Nee! Nee!
O s s i p. Weet u ’t wel?... Weet u ’t wel?... Dan drijft u ons de lucht in — de laatste wortel van den stamboom, pa — dan hebben we geen keus. Dag pa. ’t Spijt me, dat ik u geen afscheids-hand geven kan.. . . Dag pa. Vaarwel! (klimt met Ida hoog er op — beiden af).
V orst. Sacrénom, wat ’n wil heeft die rak ker!... Ossip! Ossip!
Ossip (onzichtbaar). Roept u nog?
V o r s t Dus als.... Dus als. . . .