468
ELFDE TOONEEL De V o r i g e n. I d a.
I d a (langs denzelfden weg van Ossip — over hem op den tak). Uw Hoogheid, ik zou niet zoo vrijpostig zijn uw zoon hier na te klauteren, als ik bij de storing in de atmosfeer niet ongerust was geworden....
Vorst. Scheer je weg!
Ossip. Pa, als zij scheert, scheer ik mee....
Vorst. Scheer je voor mijn part dadelijk, sacrénom! Jij trouwt alleen ’n vrouw uit de hóógste kringen....
I d a. Uw Hoogheid, ik kom uit de allerhoogste.... ’r Zijn haast geen hoogere mogelijk!
Ossip. Pa, bedenk, dat ik door haar te nemen, aan de spits van den tijd kom — de spits, pa!
I d a. Het vorstelijk huis, Uw Hoogheid, zal bij latere geslachten, den naam van ’t meest omhoogstrevende verkrijgen.... Uw zoon en ik, zullen dag en nacht boven uw hoofd waken!.. .
O s s i p. Pa — hoe populair zal u worden, als ik door u de hand reik aan de dochter van ’n getapten luchtschipper....
Vorst. Die het leger niet wil bedienen!