m
Ossip. Nee pa. J’y suis, j’y reste. . . .
Vorst.... Kwajongen! Kwajongen! . . . Hou je vast! Hou je vast! Moet je je nek breken! ... (klimt op een stoel).... Moet ik je eigenhandig komen halen?... Hou je beter vast!
Ossip.... Let nu maar liever op u zelf, pa.... (Vorst wiebelt op den stoel).... Zie je ?... Zie je!.. .
Vorst.... Hoe durf jij nog onder m’n oogen komen, aap! . . .
Ossip.... Ik ben heelemaal niet ónder uw oogen, pa — ’k ben ’r wel zés meter boven.. . .
Vorst.... ’n Zoon, die me ’n volle week in onrust slingert — slingert! — die ongefrankeerde Ansichte... .
Ossip.... Pa, ga van uw stoei af.. . . Daar komen verzwikte voeten van.. . . Pa. is ’t mijn schuld, dat hier nog nergens ’n postkantoor is?... En geen postduiven! ... U ziet ’r best uit, pa — u is dik geworden....
Vorst.... Meen je? Dat doet me.. .. (zich interrumpeer end).... Bemoei je niet met mijn gezondheid!... Ben jij van plan ons eeuwenoud geslacht nóg langer door de modder te sleepen?