161
P i u m s. (onrustig). . . ik heb geen zoon — enkel negen dochters — Uw Hoogheid . . . met de hulp van m’n vrouw. . ..
Vorst.... Vraag ik je die bijzonderheden!... Als — als je ’n zoon had, die zoo z’n vleugels uitsloeg.. .. (nijdig)... . Raak ik die sporttermen dan nooit uit m’n hersens kwijt!... Als jouw zoon zulk een pad bewandelde, zulke zijwegen betrad — en je van den rakker juist om z’n échte streken — rasstreken, wat? — in den grond prachtstreken, hèldenstreken, wat? — als’n vader hield — dat kun jij met je negen dóchters niet meevoelen —- wat zou jij dan, hè — hè?... ... Schei uit met je schouder-gymnastiek, sacré-nom!. . . Praat jij tegenwoordig met vergroeide vlerken in plaats van met je mond, sacrénom! ...
Plums.... Nee, Uw Hoogheid, maar ... (Ossip’s schaterlach klinkt).... Uw Hoogheid, dat ben ik niet.. . . (springt op, hinkt het park in).
TIENDE TOONEEL.
Vorst. Ossip.
Vorst, (bevend z’n lorgnet opzettend). Zoo!... Zoo-zoo. Wat doe jij daar? . .. Verregaande... . Wil je onmiddelijk, met versnelden pas, uit dien boom, uit dien boom. . ..
11