148
Minister. Als mijn geheugen me niet bedriegt, Uw Hoogheid, méén ik.... (tot Ililde-brand). ... Of heb ik dat dien avond verzuimd — dien avond, meneer, toen uw woning zoo feestelijk verlicht was?... Herinnert u zich een afspraak, dat u bij gelegenheid — directe haast was ’r niet bij — een audientie zou aanvragen — voor een — voor een staatsleverantie ?
Hildebrand. (droog). Een audientie ? Nee.
Minister. Is uw geheugen zoo slecht?
H i 1 d e b r a n d. Soms. Misschien hadden we te veel champagne gedronken. . . .
Vorst. Mijnheer Hildebrand, u is op het punt een puissant-rijk man te worden. Het gouvernement is bereid uw uitvinding, waartegen ik oorspronkelijk een paar beargumenteerde bedenkingen had, in staats-exploitatie te nemen, tegen een vergoeding, die uw verwachtingen overtreffen zal... .
Hildebrand.... Verwachtingen — heb ’k niet... .
Vorst. Géén verwachtingen!
Hildebrand. Nee, Uw Hoogheid____(ópstaand)
Vandaag sta ’k als vader — als vader. .. .
Minister.... Als vader-land er.. ..