132
Pleegzuster. Ik wil geen dank. (pijn hand af-werend) .... En wTien de dank toekomt, zult u géén hand toesteken, (af).
Twaalfde tooneel.
De man. Rita. Nansen.
Rita (slaat haar armen om den hals van den man, snikt het uit).
De man. Huil niet — huil niet zoo.
Rita. Ze is gestorven, gestorven!
De man. ’k Weet het.
Rita. Ik heb geen schuld, geen schuld!
De man (zacht). Niemand heeft schuld.
Rita. Ze was mijn, jouw hoop....
De man. Onze hoop begint, Rita — we zijn nog jong — zoo jong als de knoppen aan de boomen — zoo jong als licht op de zee —
Rita. Ik ben gebroken....
De man. Eén tegenslag mag niet breken, kan niet breken — alle wegen liggen voor ons open — alle wegen — we zijn zoo jong, zoo jong, zoo veerkrachtig. — Jij steunt op mij — ik steun