129
Nansen. ’n Kruis zou niet passen, Rita — ’n kruis op ’t graf van jóuw kind.
Rita (die gezocht heeft, zonder hem te hoor en:). Mag dat, dat ? (wijst een paar bloempotten in den standaard).
Nansen. Dat mag. Ze waren van mij.
Rita. Chrysanten....
Nansen. Ze zullen ’r niet lang leven in den nachtvorst, Rita.
Rita. Lang genoeg! Lang genoeg! Langer dan ons kind zelf (kust de bloemen:). Beter teeken kon niet! (af naar de achterdeur).
Nansen. Dat is de éérste keer, Rita, dat je door dié deur gaat.
Rita. En de laatste (beiden af).
Elfde Tooneel.
Pleegzuster. De man.
Pleegzuster (wijkt terzijde om Nansen en Rita door te laten, sluit het venster, kykt naar de zee).
De man. Neem me niet kwalijk — ’k zie nergens iemand.
Pleegzuster. Wat blieft u?
Allerzielen. 9