der handen etenswaren, 'n groot brood, ’n mand groenten, ’n petroleumkan, ’n worst).
Jan. Me hande slape — me voete slape — me sterre benne gestole, gestole, gestole — me zwaan is vermoord, vermoord, vermoord... Moeder! (het tooneel wordt plots geheel donker). Moeder!... Hullep!... Moederlief!... Hullep!...
SLOT.
Bet (in het donker). Roep-ie Jan?
Jan. Moederlief! Moederlief!...
Bet. Ik kom al.... ’k Vin de lucifers niet....
Jan Me zwaan is vermoord, vermoord____
Bet. God-nog-an-toe, kind, wat ga je te keer (zij strijkt een lucifer aan, die uittocht, neemt een tweede en in haar bevende handen begint de lamp te lichten).
Twaalfde Tooneel.
Het tooneel is weer geheel als in het Eerste Bedrijf. De gordijnen zijn voor het raam geschoven. Sien ligt in de achterste bedstee, Thijs in de voorste, Jacob op den grond.
Jan, Thijs, Bet, Sien, Jacob.
Jan. Moederlief, hullep! Hullep! Me zwaan hebbe de
lil