publiek. Kijk ze kijken, de muzikanten! Dat noemt zich artiest. Stel je voor, dat wil artiest zijn en over de tweehonderd maal die vent begeleiden! Lekker! Al barsten jullie van nijd — ik speel niet meer!
Basje werd in de pauze ontslagen. De directeur bibberde van kwaadheid.
‘Kan me niks schelen,’ gromde Basje, rookwolken blazend in de stemkamer, ‘ik speel niet voor iedereen, ik ben geen pias. Dan maar droog brood, ’n Artiest zonder karakter is geen artiest.. !’
Zo ging hij de winter in.
152