106
Mari (vrindlijk-vertellend). En dan? —Dan zou ’k je op ’n dag mee in ’n trein nemen...
Alphons ... Waar na toe?
Mari. ... ’t Hééle land door — en dan zou ’k je laten kijken de velden met graan en met groenten en met aardappelen . ..
Alphons ... En dan ? ...
Mari... Dan zou ’k je laten kijken de velden zonder graan, zonder groenten, zonder aardappelen. Dan zou jij vragen: Mari — of vader
— vader, hè? — vader waarom bouwen ze daar niks? Want van brood en groenten motten we leven, niet ?
Alphons. Asjeblief! — En van vleesch .. .
Mari ... En van vleesch — als je ’t betalen kan. En dan zou ’k antwoorden: Fons-lief — dat weet ’k niet...
Alphons.. . Wat weet je niet?
Mari. Wel van die grond, die onbebouwd blijft
— als je in ’n trèin zit...
Alphons... O ja — we zitte in ’n trein. ..
Mari. En dan zouen we effetjes later bij ’n stad komen en dan zou je vragen: vader, wat is dat voor ’n hoog huis? — en dan zou ’kzeg-