107
gen dat hooge huis is ’n paleis — en dat zou je vragen — dat is ’n kerk zou ’k zeggen en in 7n kerk bidden ze — en dat zou jij weer vragen
— dat is ’n gevangenis zou ’k zeggen — en dan jij weer dat — dat, ’n kazerne...
Alphons ... En verder . ..
Mari. Verder niks . .. Paleizen, kerken, gevangenissen, kazernes zie je natuurlijk ’t éérst als je bij ’n stad komt — en dan zou jij officier wezen, wat?
Alphons. En dan zou ik officier weze.
Mari. En dan zou jij de soldaten laten exer-ceeren, hè? — Maar dan zou je voorbij die grond komen, die kale grond, die grond zonder graan ...
Alphons ... En zonder groenten . . .
Mari .%, En dan zou je de soldaten zeggen — hé! — hé! — zetten jullie je geweren is neer
— en laten we met z’n allen is maken, dat die grond aardappelen krijgt...
Alphons... Ja, want kale grond staat belabberd — as je nou buiten loopt en je ziet ’t groen, watte ? ...
Mari. Precies. En als de boel rijp was, dan gingen we met-z’n-allen-soldaten an ’t graan snij en ...