Het pantser

Titel
Het pantser

Jaar
1902

Overig
Romantisch soldaten-spel

Pagina's
125



108

Alphons (vleiend), ’k Kom bij jou wat zitte.

Mari (lachend). Je ben ’n ridder! Gra je, Frans?

Frans. Ja, kerel — ’k ben wat slap. Tot morgen.

Mari. Blijf nog wat.

Frans. Nee — je heb uitstekend gezelschap. Hij ruikt de jam.

Alphons. ’k Lus nie-eens zoet.

Frans. Bonsoir — ’k Vind de weg.

ACHTSTE TOON E EL.

Mari, Alphons.

Alphons. Mot meneer daarom nou zoo’n hurrie schoppe ?

Mari. Om wat?

Alphons. Om wat ik an Pieper heb verteld ...

Mari (glimlachend-dreigend). Yerrajer !...

Alphons. ’k Had daalijk wille zegge: meneer ik ben ’t, maar hij sloeg met z’n vuist op tafel — en toen begon mevrouw te huile — en toen heb ’k ’m gesmeerd.. .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.