23
van de marine, schutterij, afgedankte livreien, hipten de blauwe treden der keldertrap. Alleen de voeten der voorbijgangers waren in schuifling te zien, voeten met endjes broekspijp, afzakkende kousen en benepen-benglende bandjes. Kelderwinkel was klein, kleiner door het gesta-pel van broeken, vesten, jassen op zwarthouten stelling. In muf-plakkende drukking lag het koopjesgoed, overhangend de planken. Licht schemerde de blauwe treden af en door een betralied kelderraam boven de opperste kleer-plank. Langs en om het traplicht was de uitstalling. Paradejassen van marine-officieren, gouden ankertjes op donkre kragen, gouden biezen op mouwrand, hingen met vierkante schouders naast bonten pels van poolschen jood. Ook schuttersjassen en een zilver-omstikte rok van een consul. De rest was burgerkostuum, confectie, broeken in strakke pijping, jassen, plat en stram om de hangers. De vloer van den kelderwinkel, doezelde weg naar de houten, zwart-volle stellingen, tegel