Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



I75

Vroeg . . .

Vroeger dan anders is ’t Waterlooplein. De eerste stoeiende zonne-gloed belooft ’n goeden dag. Zij strooit goud voor ’t rapen op ’t Plein, warm goud, pas uit haar hemel-heeten smeltkroes. Ze telt noch weegt haar gouden, stralende gaven, maar stort ze gul en blindelings uit. Wie rijk-gezond wil worden, moet vroeg ’t zonnegoud sprokkelen. Daarom zijn kindertjes en oude menschen veel gezonder dan de midden-moot-wereld. Omdat ze vroeg op zijn. Klaterende kleintjes in fladderende drukte. Als ’n hoop musschen of ’n loop kippen of ’n vlucht duiven. Ze hippelen en trippelen in den lekkeren morgen, springen met wiekende armpjes en vlerkende handjes door de lauwe lucht, hollen in bont-sollenden bolder door de gouden plassen van de zon, draven in mateloos moeien den dartelenden lach achterna. Huppen stoepen op, rennen ’t plein over, dansen kist-planken neer, klimmen klaar-gemaakte stalletjes in, schommelen met wapperende beentjes, zoo’n zes paar naast mekaar, stuiven nieuwe vriendjes tegen, vliegen tegen kloeken meester op, kakelen in snaterenden ratel hun snavel-wafeitjes uit. O, wat zijn kindertjes goddelijk-lekker in de morgende vroegte, wat guitend kunnen die snuitjes tuiten, net of ’t serafijntjes zijn, die Gods troon eventjes afbuitelen, om moeder aarde wat sluikende kusjes te fnuiken. O, kleine leve-lingetjes, wat vergoedt ge veel kwaad van de groote sterve-lingen. Hoe vaak zou men uw ouders moeten haten, maar u dan dubbel liefhebben. Als dat eens kon, dat kindertjes vergaten groot te worden en altijd door maar kindertjes bleven! Die zich troosten wil van de wereld, moet naar kindertjes kijken.

U begrijpt ’t zeker al? Die kindjes gaan met meester op reis vandaag. Den hemel groeten aan ’t strand, de natuur omhelzen in ’t woud, regen-kussen vangen op ’t veld. Kijk, hoe ze zich hebben opgemaakt, om mooi te zijn voor de pralende zon, voor ’t frisch gewaad der zee, voor ’t bloemen-kleed van ’t land. Ze hebben zich als vogeltjes gepoetst, kijk maar die strikjes in ’t haar, als kuivende veertjes en die lintjes langs de kopjes, als pluizende pluimpjes, die pootjes met gümmende schoentjes en strakkende sokjes, als steltjes van huppelende zangertjes, die ’n morgenliedje moeten brengen aan God, den Schepper. Jodenkindertjes, op reis met meester van „’t kriste”. Razend zijn ze met Jodenkindjes, de meesters van „’t kriste”!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.