Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



121

’n vierkante klok met ’n slinger uit haar keel en koperen lood-gewichten als slok-darm en lucht-pijp met twee koperen kettingen als slagaders. Tusschen la-tafel en tafel-la ’n slaap-bak voor twee tegelijk en ’n paar kleintjes aan ’t voet-eind toe. ’n Vervaarlijk houten ledikant, zooiets als de Bijbel voorleest van Og, acht-el’s koning van Basan, met ’n hemel van zwaar-hangende sits-wolken. Daarnaast ’n wieg-wip, die zich schudden laat. ’t Heele boeltje heeft waarschijnlijk de klokken nog hooren luiden, toen Juliana’s grootvader geboren werd. Sjoolem wacht op ’n nieuwen eigenaar, die het de geboorte van Juliana’s kleindochter zal laten beleven. Want wie dat koopt, moet ’n stuk antiek zijn. Kijk maar, de tijd staat stil. Zooals dat klokje daar niet tikt, tikt 't nergens.

Sjoolem zit op de canapé blauwen adem te blazen uit z’n één-cents-schoorsteentje en te wachten op de aankomst van een of ander meubel, dat z’n oog zal laten vallen op z’n meubels. „Sjoolem aleigem!”

„Aleigem sjoolem!”

„En nog veel jare!”

„Zal je leve!”

„Nou bin je angekomme, waar je weze mot, Sjoolem.” „Zulle je kindere bij jou beleve, Sjoolem.”

„Hoe heb je ’t onthouwe, Sjoolem?”

„An-ne Lakboumer, néé? Sjoolem?”

„O, nou weet ik, waarom je bij me komt, Sjoolem.”

„Ja, Sjoolem! Sjoolem hèt op alles erg.”

’n Kleine verduidelijking mag wel. Sjoolem Aleigem is vandaag zeventig jaar. Dat bedoelt Sjoolem Kapper, dat is de barbier van Sjoolem Aleigem. Want als men zeventig jaar is, is men aangekomen aan het eindstation des levens. Vandaag is Lakboumer, dat is drie-dertig van den Oumer. Dus komt Sjoolem Kapper bij Sjoolem Aleigem, om hem te knippen op ’t Plein. Want, als Sjoolem Aleigem niet komt tot Sjoolem Kapper in de steeg, komt Sjoolem Kapper tot Sjoolem Aleigem op ’t Plein.

Sjoolem Aleigem verhuist van de canapé en komt in den groen-leeren leun-stoel. Sjoolem Kapper komt aan met ’n bont-ruiten handdoek en komt aan Sjoolem Aleigem’s aangezicht, om z’n baard-takjes te knotten en z’n haar-stekjes te snoeien. Sjoolem Aleigem zit z’n vredes-pijpje te smokken, handjes vroed-vredig gevouwen aan den ondersten knoop van z’n vestje,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.