Tussen Tongeleth en Tollens
tijd vorm hadden gevonden in het Hebreeuws, dat - hoe cerebraal ook -de taal der Joden was gebleven.
Maar wij zijn bepaald uit het veld geslagen door het „gedicht”, dat Moscoviter, een „berucht” godsdienstonderwijzer uit Rotterdam, zijn generatie durfde voor te zetten, bij het eeuwfeest der emancipatie:
Wijze: „ Wien Neerlands bloed” ...
Wien ’t Joodsche bloed door de aadren stroomt In ’t vrije Nederland,
Hij dankt den zegen onbeschroomd Met opgeheven hand,
En looft het dubbel jubeljaar Van menschenwaarde en licht,
Door ijver hier en weldoen daar En stagen burgerplicht.
Hij viert het honderdjarig feest Met rein en vroom gemoed,
En juichend roemt zijn blijde geest Den grondslag schoon en goed,
Een Hallel klinkt uit volle keel,
Uit ruime borst een lied Voor 't tweede Kanaan, zijn deel Zijn trots en heilgebied.
Hier herinnert immers niets meer aan de vroegere geslachten! Bestond de „Moeder onder Israël” nog wel? Waar waren haar Joodse kinderen gebleven?
89