Tussen Tongeleth en Tollens
geen sprake meer. Zij allen waren gecharmeerd van schone spreuken die een verlichte, tolerante geest ademden, en die men te pas en te onpas kan vinden in de leerboekjes en de almanakken, die nooit vergeten ook de Christelijke feestdagen aan te geven.
Waar was het oude „loechie”1) met zijn sappig jiddisj gebleven?
Titelpagina van Amsterdam, „Loechie” uit 1843.
Het centrum van het Joodse Amsterdam bestond nog, maar de geest van de oude gemeente verschraalde zienderogen. Er waren op het Meijerplein altijd vele liederen gehoord, er waren dichters geweest, volksdichters, die - hoe triviaal vaak ook - het Joodse leven, in de meest wijde zin, gestalte hadden gegeven. En zelfs de Hebreeuwse Tollens vergaven wij ergens de leegheid van zijn gedachten, omdat ze toch nog al
88