Tussen Tongeleth en Tollens
„Ik voel mij beswijken...aldus zijn eigen woorden en wij leven nog met hem mee.
Maar ook Napoleon verdween en het Meijerplein bleef, dat overigens toen - naar wij al weten - nog niet zo heette. Jonas Daniël zelf leefde nog in alle grootheid en hij speelde een rol, bovenal in de Franse Tijd. De sfeer van de bewuste 9e oktober van het jaar 1811 heeft hij zeker kunnen aanvoelen, ook al was hij persoonlijk, om welke reden dan ook, niet in de grote Sjoel aanwezig. De ingrijpende wijzigingen in de stylering van het Jodendom zijner dagen, vonden in hem een eerste propagandist. De Jood en het Jodendom moesten pasklaar worden gemaakt voor een nieuwe maatschappij .Voor klassieke rabbij nenfiguren als Rabbi Saul Amsterdam, dragers van een integraal, ongebroken Jodendom, kon deze jurist niet het gevoel opbrengen, dat wij (om het on-historisch te zeggen) hem zo graag hadden toegewenst. Het woord van de kansel zou niet meer door „Rabboniem” moeten worden verkondigd, doch door Rabbijnen en het zou geen woord meer mogen zijn in het jiddisj der nationale diaspora, joods-nationale diaspora dan wel te verstaan, doch een nederlands woord, geschikt voor het „nationale land van inwoning.” Geen land dus meer, waarop de typering „ballingschap” zou mogen worden toegepast. Wie sprak daar nog van ballingschap? Wie - zo dachten de emancipa-toren - hoopte dan nog reëel op verlossing en herstel van het land der vaderen? Verder en verder week, juist op dit plein, de Joodse horizon.
83