Het Jonas Daniel Meijerplein

Titel
Het Jonas Daniel Meijerplein

Jaar
1961

Pagina's
177



als in 1768, bij de ontvangst van den Erfstadhouder: „Doch Uw Huis zal bestendig zijn, en Uw Koninkrijk tot in Eeuwigheid, voor Uw aangezicht; Uw stoel zal vast zijn tot in Eeuwigheid.” (II Samuel VII : 16).

Voorzanger en koor zwijgen. De voorzitter van den Kerkeraad spreekt de Koningin toe.

Toespraak van mr. B. E. Asscher Majesteit, Koninklijke Hoogheden!

Ter begroeting van Uwe Majesteit en van de Koninklijke Familie bij het betreden van dit aloude Godsgebouw, past allereerst een woord van eerbiedig welkom, dat ik het onschatbaar voorrecht heb, als voorzitter van den Kerkeraad der Nederlandsch Israëlietische Hoofdsynagoge te Amsterdam, namens dit College te mogen vertolken.

Ik mag daaraan verbinden een woord van dank, van innigen dank, dat het Uwe Majesteit en Uwe Koninklijke Hoogheden heeft kunnen behagen, de uitnoodiging om deze plechtige samenkomst met Uwe Hooge tegenwoordigheid te vereeren, aan te nemen, en daardoor aan de Am-sterdamsche Joodsche gemeente de zoo vurig gewenschte gelegenheid te geven tot een huldebetoon, dat den band tusschen Oranje en Israël opnieuw zal bevestigen, ware het mogelijk, vaster dan ooit zal aaneensnoeren.

De band tusschen Oranje en Israël!

Behoef ik Uwe Majesteit in herinnering te brengen, wat Neerlands Israël aan Uw Doorluchtig stamhuis te danken heeft van den Vader des Vaderlands tot op dezen dag?

Genoten niet onze voorouders van de zijde van Oranje krachtige bescherming van personen en goederen, waar zij buiten onzen gebiedpaal bloot stonden aan vervolging, plundering, moord? Vonden zij niet in dit gezegend land, vrijheid van geloofsovertuiging en eeredienst, terwijl zij elders het slachtoffer waren van niets ontzienden gewetensdrang? Verkregen zij niet hier reeds vroeg de erkenning van volledig staatsburgerschap, en de uitoefening van alle burgerlijke rechten, terwijl in zo menig ander land, helaas nog in dezen tijd, de Jood wordt verguisd en als vreemdeling staat buiten de wetten van den staat voor welks verheffing hij mede heeft gestreden, voor welks onafhankelijk bestaan hij mede zijn bloed heeft geofferd?

En hier zijn wij door die bescherming, dank zij die vrijheid en als gevolg van die erkenning geworden Nederlanders, konden wij ontplooien onze gaven van verstand en gemoed, zagen wij ons ontsluiten alle bronnen voor stoffelijke welvaart en konden wij in de veelzijdige vertakkingen van het staatkundig en maatschappelijk leven, op het gebied van wetenschap en kunst, naar ons vermogen, bijdragen tot de ontwikkeling, tot den bloei van het ons allen dierbaar Vaderland.

En waar wij in Uw Majesteit zien de verheven Draagster van de nobele traditiën, die den troon van Oranje omzweven, is het ons een behoefte des harten in dit voor onze gemeente historisch oogenblik, Uwe Majesteit de plechtige verzekering te hernieuwen van onze onwankelbare trouw. Trouw aan het Vaderland, welker onzijdigheid wij in de ure des gevaars, evenals vroeger, zullen helpen beschermen, en welks onafhankelijkheid wij, wanneer het, wat God verhoede, noodig mocht zijn, mede zullen weten te verdedigen.

Maar trouw ook aan Uwe Majesteit en den troon van Oranje als de cijns van de onuitsprekelijke dankbaarheid voor hetgeen Oranje deed voor ons, hetgeen wij nooit, neen nooit, zullen vergeten.

172

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.