Het Jonas Daniel Meijerplein

Titel
Het Jonas Daniel Meijerplein

Jaar
1961

Pagina's
177



gedachtig aan de gelofte hunner voorvaderen, jubelend tusschen de bedwongen baren der Schelfzee: „Deze is mijn God, Hem wil ik verheffen ..

Maar ook met een nieuw geschenk prijkt het oude bedehuis op dezen heuglijken dag. Aan beide zijden naast de Arke een marmeren gedenksteen waarin gouden letteren in het Hebreeuwsch gewagen van twee groote momenten in zijn geschiedenis. De eene inscriptie luidt: „Deze steen strekke ter herinnering aan Panassijns-bestuurders onzer gemeente: Joseph Abrahamsz, Naftali zoon van Asser Cohen, Alexander Barendsz, Zadok zoon van Salomon Perelstein, Isaac zoon van Samuel Cohen, die zich met kracht omgord hebben om te bouwen deze Synagoge: 5430, het jaar van de getallenwaarde (naar men weet is elke Hebreeuwsche letter tevens een cijfer) Tehillo Loëil - Lof zij God.”

De andere steen, aangebracht boven den zetel van den Opperrabbijn, vermeldt: „Gedenksteen; nadat 25 jaar verloopen waren sinds de aanvaarding der regeering van Koningin Wilhelmina, kwam Zij tot onze verheugenis een bezoek brengen aan onze Synagoge - die in het jaar 5681, bij de viering van haar 250-jarig bestaan, met een kostbare versiering was verrijkt - op den 26sten van de maand Adar Sjeini 5684, getallenwaarde Beëzras H = met de hulp Gods.

Deze gedenktafelen, vervaardigd op de ateliers van J. N. Kleinkramer, waren omhuld tot den dag van verheugenis, waarop de Bezoekster komen zou, met de hulpe Gods.

Gezegend, gij die komt ...

Het aanzwellend gejuich verkondigt de in spanning wachtende schare binnen de Synagoge, dat de Vorstin in aantocht is, dat Zij komt...

De vleugeldeuren gaan open. Op den drempel van het Godshuis der Joden staat Nederlands Koningin.

„Die ons in het leven heeft behouden en in stand gehouden en ons dit tijdstip heeft doen bereiken” - de lofspreuk voor elk feest, voor elke blijde gebeurteniss in het leven van den Jood. En, zeldzame lofzegging, die hij alleen uitspreken mag bij het zien van een koning: „Geloofd zijt Gij, Eeuwige onze God, Koning des heelals, die van Zijne Majesteit heeft gegeven aan (een wezen van) vleesch en bloed”. Deze lofspreuk zegt hij, nog zeldzamer, nu zijn Koningin tot hem komt in zijn bedehuis. Onder het zacht uitspreken dezer zegenbeden ziet hij de Hooge Bezoekers schrijden over kostbare loopers en tapijten naar hun zetel, terwijl de Eerste Voorzanger, de heer Aaron Stoutzker, met zijn heerlijke, volle stem den traditioneelen begroetingszang aanheft, Ps. XCVIII :26 Boroech haboo:

„Gezegend gij die komt in naam des Eeuwigen; wij zegenen U uit het huis des Eeuwigen.”

En het vermaarde koor van de Grote Synagoge onder leiding van den heer S. H. Englander zingt den zang, Ps. SCV:15 Gezegend zijt Gij, bij den Eeuwige, Maker van hemel en aarde. De vorstelijke bezoekers hebben hun plaatsen ingenomen, de Koningin daarheen geleid door den heer mr. B. E. Asscher, Prins Hendrik door den heer L. A. Wagenaar Jr., Prinses Juliana door den heer S. Loopuit. Op het kleed boven hun zetels is hetzelfde profetenvers geborduurd

171

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.