DE TOVENAAR VAN TROYES
„L. S.
Wederom genieten wij het voorrecht, ons tot U te wenden met de pennevrucht van één onzer jongere theologen.
De ontegenzeggelijke waarheid, dat in de kennis van Israëls geschriften voor een overwegend deel de zenuw van zijn bestaan ligt, doet voorzeker een ieder, die ook maar eenigszins in het Jodendom belang stelt, met vreugde elke poging begroeten, om die kennis van hare boeien te verlossen. Immers, het Jodendom wil gekend wezen, overtuigd als het is, dat onverschilligheid en minachting in eigen boezem veelal uit onkunde voortspruiten, dat laster en verdachtmakerij aanstonds ontmaskerd worden door een juist begrip van de stellingen en theorieën, die door het Jodendom worden verkondigd.
Intusschen is het een onbetwistbaar feit, dat het degelijke Nederland, dat wegens zijn talenkennis een zekere vermaardheid heeft verworven, op het gebied der Hebreeuwsche- en nieuw-He-breeuwsche taal zich slechts uiterst zelden vertoont. De rijke en prachtvolle bibliotheek van Joodsche geschriften, waar de bronnen van Israëls godsdienst zoo mildelijk vloeien, is voor de meesten onder ons niet meer toegankelijk. Het waren deze overwegingen, die voor eenige jaren den Wel Eerw. Heer A. S. Onderwijzer, Rabbijn der Nederl. Israël. Hoofdsynagoge alhier, deden gevolg geven aan onze uitnodiging, om den wereldberoem-den Pentateuchcommentaar van den Franschen geleerde, R. Salomo Jitschakie van eene Nederlandsche vertaling te voorzien.”
Hoogachtend Van Creveld & Co.
Jonas Daniël Meijerplein 8 en 10.
135