Echa der echo's
in Westerbork vroeg, wat hij er van dacht, antwoordde hij, op die vreemde manier, waarop hij altijd sprak: „Vertrouwen op Kodesj-borche”1). Ik was even geneigd om er hier, volgens de stijl van de rebbe, wat uitroeptekens achter te zetten (.Libanon staat er vol van), maar ik weet, dat hij het deze keer zou hebben betwist, want hij zei het zo eenvoudig, hij bedoelde het zo echt, want hij was meer dan alles en vóór alles: een brave Jehoede, die op God vertrouwde.
134