Echa der echo’s
Het was naar aanleiding van een zijner flitsende predikaties, eind 1910 dat De Joodse Invalide werd opgericht. Ruim een halve eeuw is het geleden. In maart 1911 verscheen de preek onder de titel: „Een Joodsch hart klopt aan uw deur !” Het zou later blijken een zijner belangrijkste initiatieven te zijn geweest, het enige, dat hem in feite heeft overleefd. Want Libanon,1) Betsalel2) en al het andere is vergeten. Zelfs zijn magistrale Kiekjes, waarvan de typen nog wel eens dienst doen als figuranten in de pseudo-historische literatuur over het Ghetto. Zijn kleine sjoel aan de Korte Houtstraat werd in de oorlog vernietigd, lang reeds voordat „zijn” grote sjoel, de „Neie”, werd verkocht. Op dit plein was Meijer de Hond een figuur. Dat bleek vooral bij de aubades ter gelegenheid van bezoeken der Koninklijke Familie. Want ook in dit opzicht zette hij de tradities voort van het Joodse proletariaat van deze stad: hij was een volbloed Oranjeklant, die in zijn preek naar aanleiding van het huwelijk van Prinses Juliana en Prins Bernhard de beginletters „Jod” en „Beeth” als een mystieke aanwijzing wilde zien voor de hulde door de twaalf (Jod = 10; Beeth = 2) stammen van het oude Joodse volk.
Met herinnering is het vaak vreemd, zowel visueel als auditief. Maar dat is zeker: De Hond hoor ik nog wel eens. Zoals hij sprak in die macabere nacht in Westerbork, toen zijn naam werd afgeroepen temidden van de namen van zovelen zijner vrienden en bewonderaars. „Hin-néni”, riep hij en men moet hem hebben gekend om de diepe gevoelswaarde van dit Joodse woord op dat ogenblik te proeven. Dit was meer dan wat aan werkelijkheid ooit zou kunnen worden uitgedrukt. Het was een oer-kreet uit de Joodse lijdensgeschiedenis. Men kan theorieën opstellen over de structuur van oorlogsliteratuur, dit ene woord onttrekt zich daaraan.
Wat zou De Hond van dit alles hebben gezegd? Niet veel. Toen ik hem
133
1
x) Libanon = „Maandschrift” (het dateert uit Den Honds Berlijnse jaren) van de vereniging Touroh Our (De Leer is het licht), onder redactie van M. de Hond.
2