De Sjoelgas
Talmied Chagam, komt voor deze functie in aanmerking. Het Amsterdamse Jodendom beschikte in zijn laatste hoofd-Sjochet, de Heer E. G. Vedder, inderdaad over een man, die ook in dit opzicht aan de allerhoogste eisen voldeed.
Uit de tijd der autonomie; rechts titelpagina van het oudst bekende Reglement (Takkanoth) der Gemeente (1711) en links „Amplietsie”, beginnende (in het jiddisch) met: „Boergemeinsjteren oend regierders Mei'ier (= van de stad) Amsterdam ...”
Al spoedig rezen, zoals in zovele Joodse gemeenten, problemen over de vleesvoorziening. Om alle moeilijkheden centraal het hoofd te kunnen bieden besloten de parnassim in 1648 tot de oprichting van een Hoogduitse vleeshal. In hetzelfde j aar 1648 werd dienaangaande een verzoek gericht tot Burgemeester en Schepenen, dat echter werd afgewezen. Eerst op 1 september 1672 werd vergunning verkregen een hal op te richten. Deze begon reeds spoedig winsten op te leveren en hier raken
114