Uw bevel, om een brief in H Duitsch te schrijven. Gij ontvangt dus hier een dankzeggingsbrief aan Grootmoeder in deze taal. Gij zult denzelven wel gelieven na te zien; hij is niet fraai geschreven, maar gij weet wel, in H Duitsch schrijven heb ik lang geene oeffe-ning gehad. Gij zult ook wel Grootmoeder gelieve te zeggen, dat zij slechts op H wezentlijke acht moet geven.
Op Uwe vragen, of ik mijn dagboek nog voortzette en of ik noch aan H dagelijksch gebed en aan H ontworpen plan vasthoude, kan ik met een gerust geweten ja antwoorden; om hier in huis vriendelijk en beleefd te zijn, daarop zal ik mij toeleggen. Ik hoop, beste Ouders, dat gij van den tweden November regt veel genot zult gehad hebben; mijn geest zweefde op dien dag altoos over na U en in mijne gedachten was ik bij U tegenwoordig.
O, hoe wensch ik, dat weldra de tijd moge komen, waarop wij (zooals ik hoop) wezentlijk weder ver-eenigd worden zullen. Waarlijk, mijn hart b (randt) van verlangen, om U, dierbare Ouders, weder te zien. Ik heb H hier zoo goed als mogelijk is, maar waar vind ik hier zulk een liefderijken vader en liefhebbende moeder! Wat zijn alle genoegens, als ik U misse?---
p.s. De kaas heb ik in de vliegekast gezet; dezelve ziet er nog zo goed uit, alsof gij hem eerst gistern met boter besmeerd haddet, aan de korst slechts bevind zich hier en daar een weinig groen uitslag.---
64